Drie normen, drie vragen

Brandgedrag (EN 13501-1, bijvoorbeeld A1) beschrijft hoe een bouwproduct zelf op vuur reageert. Brandwerendheid (EN 13501-2, bijvoorbeeld REI 30) beschrijft hoe lang een compleet bouwdeel zijn functie behoudt. Gedrag bij brand van buitenaf (EN 13501-5, BROOF(t1)) classificeert het dak bij een omschreven brandbelasting van buitenaf. De toevoeging (t1) verwijst naar proefmethode 1 met brandende vuurbronnen; de vier proefmethoden zijn niet onderling uitwisselbaar. Een A1-plaat kan in een dak zitten dat als geheel geen BROOF-classificatie heeft; beide uitspraken zijn juist en beantwoorden een andere vraag.

Waar de brand zit, telt

Een brand in de hal belast de constructie van onderaf. Een storing in een PV-connector belast de dakbaan van bovenaf, tussen module en dak, met de isolatie er direct onder. Een rapport dat het ene scenario beschrijft, zegt weinig over het andere. Ook afstand module tot dak, hellingshoek en rijafstand beïnvloeden de warmte die de dakbaan bereikt.

Wat de minerale laag doet, en wat niet

Een minerale laag direct onder of op de dakbaan brengt niet-organisch materiaal op de plaats waar de vuurlast van een PV-storing aankomt. Dat is een concrete ingreep in de opbouw. Wat dit voor de classificatie van het complete dak betekent, moet blijken uit een beoordeling van die opbouw, met de werkelijke isolatie, dakbaan en bevestiging. In elk voorstel benoemen wij welk document bij de plaat hoort en welk bij de opbouw.

Vraag niet alleen “Is de plaat A1?” maar ook “Welk bewijs hoort bij mijn complete dakopbouw, met PV?”